Chirurgie
Chirurgie
Dagelijks voeren wij operaties uit. Dit kunnen standaard operaties zijn, zoals castraties en sterilisaties, of meer ingewikkelde operaties zoals het verwijderen van blaasstenen.
Het is belangrijk dat zo’n operatie op zo’n veilig mogelijke manier voor de patiënt wordt uitgevoerd. We doen daarom dan ook ons uiterste best om het narcoserisico zo klein mogelijk te houden.
Wanneer u een afspraak maakt voor een operatie, vertelt de assistente u hoe lang uw dier voor de operatie niet meer mag eten. De reden hiervoor is dat een hond of kat door de narcose kan gaan braken en dan bestaat het risico dat er voedseldelen worden ingeademd tijdens de operatie. Drinken mag wel. Voor konijnen en knaagdieren geldt dit niet. Zij mogen tot kort voor de operatie blijven eten en drinken. Ook krijgt u hiervan een bevestigingsmail, zodat u alle informatie thuis nog kan doornemen.
Wanneer u uw dier brengt voor de operatie, zal er vooraf altijd een lichamelijk onderzoek plaatsvinden. De dierenarts controleert daarbij de ademhaling, het hart, de slijmvliezen en eventueel de temperatuur. In sommige gevallen is het verstandig een bloedonderzoek te doen om te kijken of narcose verantwoord is, zoals bij oudere patiëntjes.
Bij dieren met een “hartruis” adviseren wij een hartecho te maken. We kunnen dan inschatten of narcose verantwoord is.
Na de operatie wordt het dier naar de opname gebracht om weer wakker te worden. Regelmatig wordt gecontroleerd of het dier op de juiste manier wakker wordt uit de narcose. Wij houden temperatuur, slijmvliezen, hartslag en ademhaling in de gaten.
Tussen 13.00 en 14.00 wordt u door de assistente gebeld, hoe laat uw dier opgehaald kan worden.
Tien dagen na de operatie zien wij uw dier graag op controle. De wond wordt dan gecontroleerd en eventuele huidhechtingen worden verwijderd.
Operaties die wij o.a. uitvoeren:
- Castratie van hond, kat, konijn
- Sterilisatie van hond en kat
- Verwijderen van blaasstenen
- Verwijderen van tumoren
- Pyometra (baarmoederontsteking)
Tandheelkunde
Tandheelkunde
Honden en katten kunnen net als mensen tandplak en tandsteen krijgen. Dit kan weer leiden tot tandvleesontstekingen en gaatjes. Een slecht gebit geeft pijn. Hoewel de meeste honden en katten ondanks een slecht gebit wel blijven eten.
Ter voorkoming van gebitsproblemen kunt u het gebit van uw hond of kat poetsen. Gebruik geen tandpasta voor mensen, dit bevat teveel fluoride. Voor huisdieren die poetsen niet toelaten zijn er ook alternatieven zoals gel, kauwstaven of een speciaal dieet.
Wanneer uw hond of kat last blijkt te hebben van tandsteen, dan zal het gebit gereinigd moeten worden. Wij doen altijd een consult voorafgaand aan de gebitsbehandeling. Wij kunnen dan de gezondheid van uw dier controleren en het gebit beoordelen. Tijdens dit consult kan ook een inschatting gemaakt worden van de kosten van de benodigde behandeling.
Het reinigen van het gebit gebeurt onder algehele narcose. Meestal verwijderen we eerst het tandsteen zodat we de tanden, kiezen en het tandvlees goed kunnen beoordelen. Met ultrasone apparatuur wordt tandsteen verwijderd. Pijnlijke, losse en ontstoken tanden en kiezen worden getrokken. Tenslotte worden tanden en kiezen gepolijst. Uw huisdier krijgt pijnstilling en antibiotica indien nodig.
Ook bij konijnen komen vaak gebitsproblemen voor. Met name een verkeerde stand van het gebit zien we vaak. Doordat de tanden en kiezen van konijnen het leven lang doorgroeien, ontstaan problemen wanneer deze niet goed op elkaar staan en verkeerd afslijten. De snijtanden worden veel te lang en krullen naar voren of naar binnen (olifantstanden). De kiezen slijten niet gelijkmatig af en er ontstaan haken op. Dit geeft pijn, en moeilijkheden met eten. De kiezen kunnen onder narcose bijgevijld worden, en de snijtanden geslepen of getrokken. Konijnen met gebitsproblemen hebben ook vaak ontstoken ogen. Ook kan een abces in de kaak ontstaan, wat moeilijk te behandelen is.
Jaarlijkse check ups
Jaarlijkse check ups
Een gezondheidscontrole is een uitgebreide check om te kijken of uw huisdier nog helemaal gezond is. Een jaarlijkse controle is belangrijk om ziektes en problemen te ontdekken. Daarnaast kan uw dier de noodzakelijke vaccinaties krijgen. Waar wordt uw dier op gecontroleerd?
We wegen eerst uw huisdier. Dan kunnen we het gewicht vergelijken met de vorige keer. Is uw dier erg afgevallen of juist aangekomen? Dit kan weer te maken hebben met een aandoening.
Het gebit en de mondholte wordt gecontroleerd. Misschien heeft uw dier wel veel tandsteen of rotte tanden of kiezen. Soms vallen blaasjes op de tong op die kunnen wijzen op een virusinfectie.
We kijken naar de ogen. Is er sprake van ouderdomsstaar, verstopte traanbuizen of ontstoken ogen.
Daarna controleren we de vacht en huid. Zijn er vlooien aanwezig? Ook de oren worden nagekeken. En we voelen naar de lymfeknopen in de hals, liezen en knieholtes.
Vervolgens beluisteren we met de stethoscoop het hart en longen. Vaak ontwikkelen oudere dieren een hartruis. Het kan nodig zijn verder onderzoek te doen en hartmedicatie te gaan geven.
We voelen in de buik naar organen. Hier kunnen we soms abnormaliteiten voelen. Voor uitgebreider onderzoek in de buik naar de organen is een echo noodzakelijk.
Als laatste controleren we de gewrichten. Zijn de gewrichten minder goed dan normaal te buigen of strekken. Heeft uw dier pijn?
Tijdens de check-up vragen we ook naar ontwormen en ontvlooien van uw dier. Ontwormen wordt 4x per jaar geadviseerd bij een volwassen hond of kat. Ontvlooien is ook het hele jaar door nodig, omdat vlooieneitjes in huis overleven in de winter. Afhankelijk van welk middel u gebruikt is dit maandelijks of elke 3 tot 8 maanden.
Het is verstandig uw hond jaarlijks te enten tegen de ziekte van Weil. Daarnaast krijgt uw hond iedere drie jaar de “cocktail” (Parvo, hepatitis, hondenziekte en parainfluenza) en wordt hij/zij dan dus volledig ingeënt. Daarnaast kan uw hond indien nodig ingeënt worden tegen Rabiës of besmettelijke hondenhoest (vaak de neusdruppel enting).
Katten worden elk jaar ingeënt tegen niesziekte. En om de drie jaar tegen kattenziekte. Ook kan een
neusdruppel tegen Bordetella gegeven worden.
Konijnen enten wij tegen myxomatose en RHD 1en RHD 2. Deze kan vanaf de leeftijd van 10 weken worden gegeven, werkt een jaar lang en hoeft niet te worden geboosterd.
Lees hier alles over vaccineren van hond, kat en konijn.